Kinderen en paarden

kinderen en paardenKinderen laten omgaan met paarden – met Wendy Bleekemolen

De Two Lazy Seven Ranch is door diverse redenen een buitenbeentje. De ranch streeft ernaar goed te communiceren met het paard en hem goed te begeleiden met de filosofie van Natural Horsemanship, maar dat geldt natuurlijk ook voor de ruiters! Deze aflevering gaan we dieper in op de wereld van de jongere ruiter, een groep waar een goede begeleiding onontbeerlijk is. Wendy en Steve hebben dit goed begrepen en laten zich daarom bijstaan door twee onderwijzeressen om een optimaal resultaat te bekomen voor zowel kind als paard.

“Ik denk dat het vooral belangrijk is dat we beseffen dat kinderen de toekomst zijn en dat ze dus op een correcte manier moeten leren omgaan met paarden,” steekt Wendy van wal. “Als je een kind naar de manège brengt, is dat meestal hobbymatig. Met een tienbeurtenkaart gaat het kind naar de les, maar de ouders staan er eigenlijk te weinig bij stil hoe hun kinderen met de paarden omgaan. Je bent met een levend wezen bezig, het is niet zomaar je kind op de tennisclub afzetten. Zeker in manèges komt de situatie veel voor dat de instructeurs niet zo goed les kunnen geven. Zeker niet naar kinderen toe, dat is een vak apart.” Daarom lieten ze zich op de ranch bijstaan door twee onderwijzeressen die dagelijks met twintig tot 25 kinderen bezig zijn. Zij weten namelijk precies hoe ze moeten omgaan met die verschillende karakters en hoe ze aan te pakken. “Je moet het voor een kind ook veel speelser houden, dat het allemaal leuk blijft,” legt Wendy uit.

Kinderen worden op de ranch bewust gemaakt in welke zones je paard je niet kan zien en hoe je kan anticiperen of hij gaat bijten of trappen. “Ik kreeg veel kinderen die uit traditionele manèges kwamen en kloegen dat ze elke les van hun paard vielen of altijd blauwe tenen hadden. Dan besef je dat ze nog niet bewust werden gemaakt van hun paard.”
Ze leren ook dat een paard niet alles tegelijk kan verwerken en dat ze dus af en toe een pauze nodig hebben. “Onze paarden zijn hier ook wel minder wild omdat ze rustig zijn door de groepsstalling. Maar als we hoorden van de kinderen wat ze allemaal hadden meegemaakt, hebben we op een gegeven moment beslist dat we theorie op maat van kinderen zouden uitwerken. En zodra ze hier nu binnenkomen leren ze het aan.”

“Hier zijn we voorstander om overal heel rustig mee om te gaan en gewoon engelengeduld te hebben, desnoods alles opnieuw uit te leggen. Maar nooit onze stem verheffen,” zegt Wendy beslist.
De kinderen worden opgedeeld in groepjes van maximaal vijf. Omdat je als instructeur de kinderen anders nooit goed leert kennen en hun karakters leert onderscheiden. “Wij hebben hier ook kindjes die autistisch zijn of niet spreken met vreemden. Of die juist heel veel praten natuurlijk. Heel veel karakters door elkaar en dan moet je kijken bij welk lespaard elkeen past. Als je een bang paard hebt en je zet daar een druk kind op, dan wordt die nog angstiger. Plaatsen we er een rustig kind op, dan proberen we die effectief ook zoveel mogelijk uit te lokken om hun karaktereigenschappen aan te passen, te verbeteren en op die manier zie je kinderen en paarden ook erg veel veranderen. Soms stemmen we de lessen eens af op de kinderen die heel stil zijn, om ze aan het praten te krijgen. Het is niet altijd enkel voor de paarden, maar ook heel dikwijls gericht op de kinderen. Samenwerking met een paard verandert een kind,” besluit Wendy.

In de praktijklessen worden de kinderen bijgebracht hoe ze doelgericht met hun paard leren omgaan. De kinderen worden dan ingedeeld in groepjes van twee. “Eén kind wordt bijvoorbeeld geblinddoekt en die moet als paard geleid worden over een parcours,” legt Wendy uit. “Dan begin je te begrijpen, als je niet kan zien en dus niet beseft wat er zal gebeuren, hoe het aanvoelt om geleid te worden. En zo wordt de ruiter zich bewust om het paard heel duidelijke instructies te geven. Ze letten veel meer op als er een balk ligt. Voordien liepen ze veel meer als een ‘jager’ van punt a naar b: ze sleuren het paard zomaar voort en ze letten eigenlijk niet op of het paard met zijn neus achter een balk blijft hangen.”

Veiligheid

Hierna vind je enkele vuistregels terug voor je kind in het omgaan met het paard.

Bij het borstelen van de staart, sta je niet in de trapzone, maar sta je naast je paard en haal je de staart naar je toe.
Bij hoeven uitkrabben ongeveer dezelfde opmerking: ga niet op je knieën zitten, maar hurk zodat je snel genoeg kan verplaatsen indien nodig.
Borstel met één hand en begeleid met de andere, zodat je een hand klaar hebt om tegendruk te geven. Zo sta je zelf ook veel stabieler.
Sta bij de uitgang als je je paard loslaat uit stal of weide.
Draai eerst je paard zodat je altijd bij de stal- of weidedeur staat en neem dan pas het halster af.

Zie je paard als een dikke vriend, maar vergeet nooit dat het een vluchtdier is van 500 à 600 kg!

“Kinderen mogen zeker ook niet langs voor of eronder door omdat je dan in een dode hoek verdwijnt,” waarschuwt Wendy. “Paarden die dan vast staan kunnen dan ineens trekken of klauwen, een gevaarlijke situatie.”
Veiligheid begint natuurlijk ook met het gebruik van het juiste materiaal. Een kind kan veel minder kracht zetten, dus is het belangrijk dat je aangepast materiaal gebruikt dat toelaat meer druk te geven. We gaan dieper in op materiaalkeuzes in toekomstige afleveringen. Dit komt dus later nog aan bod.
“Voor beginnende ruiters raden we eventueel een westernzadel aan omdat die vaak meer zekerheid geeft. Ze hebben een hoorn om vast te houden en hebben meer steun aan het zadel,” tipt Wendy nog.

Een ander niet onbelangrijk detail is de weloverwogen aankoop van een paard, meerbepaald de aankoop op maat. “Ik zie soms ouders die een heel groot paard voor een heel klein kind kopen, waardoor dat kind heel vaak onzeker wordt,” vertelt Wendy. Let zeker ook op het karakter. Laat je niet vangen door de grootte, een pony kan best venijnig uit de hoek komen en dan kan je beter dat grote, rustige paard kopen.

Wendy en Steve bieden theorieavonden aan op maat van kinderen door middel van een powerpointpresentatie. “Ze leren hoe een prooidier eruitziet, een roofdier en eigenlijk zouden meer manèges aandacht moeten besteden aan wat ‘ervoor komt’: hoe een paard borstelen, een paard benaderen, enzovoort. Het wordt allemaal overgeslagen.”
Voor Wendy is het erg belangrijk dat kinderen zich de vraag stellen: waarom doet mijn pony dit? Dat een paard zich laat dienen als sport en ontspanning en niet alleen prestatiegericht. “Heel vaak zie je op wedstrijden ouders die erg fanatiek zijn, de kinderen krijgen een enorme druk en ze vergeten eigenlijk dat zo’n paardje dient als plezier. Een paard dat moet presteren en voor jou moet werken, dat is niet helemaal de bedoeling.”

Grondwerk
Als je Natural Horsemanship beoefent, moet je veel geduld kunnen uitoefenen, want je gaat eigenlijk vaak achteruit. Je leest je paard en je ziet bijvoorbeeld dat hij er geen zin heeft. Dan moet je dat eerst oplossen. Als je je paard dan al even kent, dan weet je aan welke ‘touwtjes je moet trekken’ om dat te verhelpen.
Met grondwerk verbeter je voornamelijk je rang. Voor een kind is het sowieso eenvoudiger om iets ‘uit te vechten’ op de grond dan in het zadel. Anders loopt hij het risico eraf gesmeten te worden. “Het is ook leuker voor een vrij angstig kind om te voelen dat je eerst zeggenschap krijgt op de grond en dat je dat paard nieuwe dingen kan leren voor je op zijn rug kruipt. Het vertrouwen zal al een pak hoger liggen,” besluit Wendy. Je kan daarom niet verwachten dat een paard of pony iets niet op de grond wil doen, maar wel in het zadel.

“Tijdens het grondwerk zullen we de kritische zin proberen te stimuleren,” legt Wendy uit. “We denken samen na waarom een situatie zich voordoet. Is het paard moe of heeft hij geen zin? En je merkt dat ze er eigenlijk heel snel mee weg zijn.” Ook kinderen van zes jaar. “Je ziet hier echt kleine kinderen met grote paarden,” gaat Wendy verder. “Ik had eens een volwassenencursus, maar één moeder had haar zesjarige dochter mee. Ik liet haar toch meedoen.” Wendy liet haar paard Cody de eerste oefening doen en hij deed bij alle volwassenen hetzelfde: een stap naar voor plaatsen, om zich voor te stellen en een rang vast te stellen. “Alle volwassenen deden hetzelfde, een stap naar achter, waardoor ze eigenlijk aangaven lager in rang te staan. En dat zag je ook aan mijn paard, want hij wou bij geen van hen zijn oefeningen doen.” Het meisje had echter al eerder les gehad en deed ook een stap naar voor toen zij aan de beurt was. Ze begon te schudden aan het touw om duidelijk te maken dat Cody naar achter moest, want zij ging blijven staan. Cody deed effectief een stap achteruit en deed al zijn oefeningen perfect. “In die situatie kon je dus heel duidelijk zien dat het niet uitmaakt of je nu een volwassene bent of een klein kind, maar je gewoon duidelijk moet maken dat jij hoger in rang staat.”

Bitloos rijden
Op de ranch wordt voornamelijk bitloos gereden. Wendy benadrukt dat dit zeker ook voor kinderen is weggelegd, maar dat dit wel met een degelijke voorbereiding moet gebeuren. Die voorbereiding is het grondwerk zoals neusdruk, achterwaarts stappen voor het basisrespect en het vertrouwen. “Als je alle strenge hulpmiddelen weghaalt, dan teer je op de band met je paard en dan moet die wel goed zitten. Het geeft hun een losser gevoel. Maar we zijn niet tegen het bit, in die zin, we hebben geen tunnelvisie en begrijpen dat het voor sommige mensen een grote stap is. Als een kind er zich niet gemakkelijk bij voelt, dan kunnen we eerst beginnen met afbouwen.” Maar er is nog niemand die ernaar vroeg. “Ze stappen hier allemaal vol zelfvertrouwen op de lespaarden,” lacht Wendy. Zelf rijd Wendy haar paarden altijd bitloos en ook de lespaarden worden bitloos bereden.