Honden en paarden

honden en paarden – door Wendy Bleekemolen en Hilde Quisquater

Heel veel ruiters hebben honden. Grote, kleine, tamme en energieke. Sommige honden vinden het perfect met onze grote viervoeter, anderen dan weer helemaal niet. Hilde Quisquater, hondenfluisteraar, vertelt het hoe en waarom.

Het is niet altijd evident om de twee verschillende dieren te laten luisteren, zo blijkt. Wendy merkt dan ook vaak dat honden agressief zijn tegenover paarden en mensen geen flauw benul hebben waarom ze bijten door het hek of achter een loslopend paard aanrennen. “Ik had deze morgen nog iemand aan de lijn,” begint Hilde, “waar een border collie de oren van kalveren had afgebeten. Die man had die hond gekocht om er vee mee te drijven, maar liet hem gewoon rondlopen op de boerderij. Mensen kunnen heel dwaze dingen doen. Er komen veel mensen met het verhaal dat hun hond lelijk doet naar andere dieren, dus zijn wij vooral bezig honden dat af te leren.”

Dat onbeleefd gedrag komt merkbaar minder voor waar honden en paarden samen leven omdat ze meestal als puppy al met elkaar in contact kwamen. Maar puppy’s die geen andere dieren zien en pas als volwassen dier eens op het platteland hun neus opsnuiven, die beginnen effectief rare dingen te doen,” stelt Hilde. Daar zijn verschillende redenen voor. Het jachtinstinct dat bijvoorbeeld bovenkomt. “Is dat agressie? Eigenlijk niet, het is gewoon jagen. Je hebt ook honden die bang zijn en beginnen blaffen. Als de andere dieren dan terugdeinzen, denkt die hond hoe harder ik blaf en dreig, hoe beter ik ze op afstand houd.”

Dan zijn er ook nog honden die reageren op paarden, waar de mensen volledig fout reageren. Bijvoorbeeld door te veel aandacht te geven aan de gebeurtenis door ermee te lachen. “Zo’n situatie escaleert meestal. Mensen schrikken dan ineens en trekken terug, waardoor de hond het signaal krijgt dat zijn mens niet goed weet wat hij moet doen en de hond de leiding over neemt. Die wil de situatie oplossen op een manier die meestal niet ok is voor ons, zoals agressief reageren.”

Blijf dus vooral rustig en reageer kalm. Als je weet dat je hond niet goed is met dieren, kan je hulp vragen. Maar hou hem zeker aan de lijn. “We zien het vaak genoeg op de manege,” vertelt Wendy. “De honden liggen lekker geïntegreerd te rusten, maar zodra een paard wordt losgelaten of gelongeerd, gaat het mis. Er is opwinding.” – “Dat is heel typisch,” legt Hilde uit. “Honden reageren heel erg op opwinding. Als kinderen beginnen te gillen en tikkertje spelen, begint de hond mee te spelen zonder dat hij weet wat hij moet doen. Sommige honden lopen dan weg of gaan in op hun jachtinstinct. Anderen worden agressief, beginnen mee te springen en te blaffen. Het is een beetje zoals een losgeslagen kind.”

Hilde leert de honden om rustig en kalm te blijven, zelfs als er tien paarden loslopen en bokken. “Elke hond kan leren te zien, op te merken, maar er niets mee te doen. Maar dat zit er niet in vanaf de geboorte. Daartegenover staat dat een paard een vluchtdier is. Als er iets misloopt, dan zal die achteruitslaan of weglopen. Maar de mijne niet. Die pakt de hond vast en gooit die ergens weg, zijn moeder deed dat ook,” lacht de hondenfluisteraar.

In principe is elke hond een jachtdier, maar bij een chihuahua is dat iets minder nadrukkelijk aanwezig. Andere rassen zijn dan heel snel opgewonden of hebben heel veel jachtzin. Er zijn dus honden die beter passen bij paarden dan andere. “Cattle dogs, border collies en jack russels zie je veel op maneges, maar dat zijn net honden die snel zijn opgewonden. Eigenlijk zijn die niet zo goed om tussen paarden te leven, je moet ze heel goed opvoeden. Een poedel bijvoorbeeld, iets wat je nooit ziet op een manege, malteser of berghond, die zijn eerder rustig. Ze zijn gefokt om tussen dieren rond te lopen en kalm te blijven. Alle werk- of jachthonden zijn een minder goede keuze. Wat niet wil zeggen dat het niet lukt als je ze goed opvoedt, want ook een jachthond moet onder controle zijn.”

Bepaalde paarden met bloedlijnen in cutting horse, die gekweekt zijn voor cutting, gebruiken de hond in de wei. Daar gebeurt dan weer het omgekeerde, weet Wendy. Ze zijn gefokt om vee bij te houden en bereid om in de hakken van de dieren te bijten om ze in de richting te drijven die de hond aangeeft. Major, de quarter van Hilde jaagt op konijnen. “Er is een konijn in de weide aan het huppelen en daar gaat mijn paard achteraan. Konijn blijft verschrikt staan en springt de andere richting uit, waar Major ook weer voorspringt. Dat gaat zo door tot het konijn in de draad springt. Dat was erg knap om te zien, het zit er van nature in,” lacht Hilde.

Over het algemeen moet de mens leren controle te houden over zijn hond. Mensen vergeten dat al eens, merkt ze op. Dat begint in het dagelijkse leven. “Als de hond zegt dat hij naar buiten wil, zal ik nooit de deur open doen. Als een hond tegen mij opspringt, zal ik hem nooit aaien, maar corrigeren dat hij van mijn lijf moet blijven! Als je doorheen de dag controle hebt over je hond, kan je aan de slag met het werk en afremmen. Het is geen trucje dat je zomaar leert. Eerst een goede band hebben met je hond. Is dat mogelijk? Ja. Met elke hond? Ja. Met elke mens? Dat betwijfel ik,” stelt Hilde. Mensen zijn niet altijd bereid te doen wat ze moeten om controle te houden.

Naast onvoldoende sociaal contact met paarden, merkt Wendy op dat ook onvoldoende beweging honden tot onaanvaardbaar gedrag leidt. Cattle dogs of jack russels houden mensen veel als gezelschapshond, om braaf in de zetel te liggen. Als ze op de manege worden losgelaten, explodeert de energie. “Maar omdat hij veel afstand aflegt en nog maar weinig onder controle heeft bewogen, krijg je opwinding in het hoofd. Net zoals kinderen die je loslaat in de speeltuin. Als je er geen erg in hebt, zijn ze aan het vechten,” legt Hilde uit. De perfecte manier om op een gecontroleerde manier genoeg beweging te krijgen is tijdens het paardrijden of fietsen, maar dat mag niet in België. “Ik probeer aanpassingen aan te brengen in de wetgeving. Ik raad mijn klanten aan om meer te bewegen. Als de energie is uitgewerkt, heeft de hond meer endorfines, rustgevende hormonen, aangemaakt. Hij is meer ontspannen en minder snel opgewonden door zijn omgeving.”

Vertrek niet met een opgewonden hond naar buiten. Word eerst zelf rustig en kalm en wacht tot je hond ook rustig is voor je hem aanlijnt. Idem om hem uit de auto te laten. Als hij rustig is, vertrek je naar de paarden. Neem zeker je tijd daarvoor. Zo leer je je hond dat je pas vertrekt als hij kalm is. Dat lukt bij iedereen de eerste keer, garandeert Hilde. “Maar lukt het de eerste twee minuten? Dat weet ik niet. Ik heb mensen die vertellen dat ze een halfuur nodig hadden om fatsoenlijk naar buiten te gaan, maar de volgende keer heb je geen 30 minuten meer nodig. De hond viel ook niet meer uit naar andere honden, wat hij normaal wel doet. Louter en alleen omdat je bent vertrokken uit rust. Je hond spiegelt je gedrag zo extreem.”

Socialisatieperiode

Veel mensen houden hun hond met opzet langer thuis tot hij groot en sterk is. Maar neem je hond juist zo vroeg mogelijk mee, desnoods op je arm. Alles zal veel normaler aanvoelen. Een hond heeft een socialisatieperiode. Als je hem in die periode zaken aanbiedt die nadien terugkomen, vindt hij dat perfect normaal. “De duur van die periode is rasafhankelijk, maar duurt gemiddeld twaalf weken. Tussen acht en twaalf weken moet hij dus paarden zien en je herhaalt dit tot de zesde of zevende maand.” Als je pas daarna met de training begint, zal je het anders moeten aanpakken en is het minder natuurlijk. Je zal dit moeten aanleren en dat begint met je hond rustig mee te nemen tot bij het paard. Je paard moet natuurlijk ook rustig zijn. “Er zijn paarden die slechte ervaringen hebben met honden. Maar als je je hond rustig meeneemt, op een afstand blijft en geleidelijk aan dichter komt, zou er geen probleem mogen zijn. Maar de meeste mensen willen er teveel rond. Je hond proberen te overtuigen is niet slim, je moet zelf zo stabiel mogelijk blijven en bij paarden is dat net hetzelfde. Alles wat in groep leeft, kijkt om zich heen hoe de andere zich gedraagt.” – “Om je paard terug te laten aanpassen aan honden geldt hetzelfde. Zelf rustig zijn en geen spanning creëren,” stelt Wendy. “Jet ziet mensen het touw vaster nemen en eigenlijk zelf al de boodschap doorgeven dat dit een potentieel gevaarlijke situatie kan zijn. Praat met je paard. Als de hond op een bepaald moment iets zou doen, garanderen dat je het opneemt voor je kudde. Als je met een lang touw werkt, creëer je voor je paard al ruimte, maar je hebt ook nog overschot om weg te jagen en de kudde vrij te houden. Het paard krijgt het gevoel dat de hengst zijn flanken beschermt. Maar het is dus belangrijker de boodschap door te spelen dat de situatie niet eng is. Wat we vaak fout doen, is kort pakken en veel praten, waardoor we twijfelachtig overkomen. Een paard ziet zwartwit, ofwel voel je je goed of niet.”

“Een puppy die blaft naar een paard is niet schattig, maar probleemgedrag in wording.” – Die pup moet je corrigeren. Niet slaan of een por geven, maar een boodschap. Wees zelf rustig en niet geïrriteerd, anders is dat je boodschap. “We houden vaak een emotie te lang vast en een dier voelt dat.” Er is een straf uit emotie en het andere is een correctie, maar het is volgens Hilde zo’n vies woord geworden. “Het moet allemaal met een klik en een snoepje, maar daar zijn dieren niets mee.”

Activiteiten samen

“Je paard verzorgen met je hond in de buurt is samen iets doen. Dan mag je zelfs opdrachten geven. Ik ken iemand die zijn hond de poetsonderdelen heeft aangeleerd, dus die zegt borstel en de hond brengt dat,” lacht Hilde. – “Tijdens het rijden zeg ik tegen mijn hond dat hij moet liggen en rijd ik door. Dan moet hij blijven liggen tot ik enkele meters verder ben en fluit dat hij mag komen,” vertelt Wendy.

Introvert en extrovert

“Net zoals bij paarden en mensen, zijn er introverte en extroverte honden. De ene zal je moeten motiveren en de andere afremmen. Honden spiegelen zich aan hun bazen die hun leiders moeten zijn, terwijl slechts weinig mensen dat kunnen. Het is niet gemakkelijk voor een dier om een oplossing te zoeken in onze mensenwereld. In de kudde of roedel lossen ze alles zelf op,” besluit Hilde.

Hilde is al sinds haar drieëntwintigste bezig met honden en paarden. Vier jaar later opende ze een hondenkapsalon en leerde ze het gedrag van de honden te analyseren. Als gedragsdeskundige werd ze ingeroepen als de hondenfluisteraar op vt4. Wendy schreef drie boeken en deed veel afleveringen voor Hippo TV